Nederland heeft grote ambities, maar op dit moment is er slechts weinig ruimte op het stroomnet om bedrijven groei en verduurzamingsmogelijkheden te bieden. Bedrijven moeten dus inventief zijn. Dat begint met een goed overzicht en begrip van het eigen energieverbruik. En vooral met het omzetten van die data in snelle en passende oplossingen.
Fossiele brandstoffen vervangen door duurzame alternatieven: dát is waar de energietransitie over gaat. Laadpalen voor elektrische auto’s? Die passen perfect in dat plaatje. Zo ook warmtepompen om woningen en bedrijfspanden te verwarmen. Maar er is ook een spelbreker: de beschikbare capaciteit op het stroomnet. Zoals bekend, is dat op veel plekken niet berekend op de grotere vraag en teruglevering van elektriciteit. En dit terwijl er nog een grote elektrificatieslag aan zit te komen, want ook de industrie zal het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch moeten verminderen.
Rollen veranderen
‘De energietransitie bevindt zich momenteel in een lastige fase’, vat Thom Versteeg de situatie kort en diplomatiek samen. Hij is bij Capgemini Solution Lead voor Smart Grids. Hij ziet uitdagingen, maar zeker ook positieve ontwikkelingen. ‘Wie de krantenkoppen over netcongestie en capaciteitsproblemen ziet, denkt misschien dat het momenteel een grote chaos is. Maar als je uitzoomt, zie je dat er ook een systeemverandering plaatsvindt, waarbij partijen druk bezig zijn om problemen te adresseren. Daarmee zijn de rollen van verschillende partijen flink aan het veranderen.’
Breder takenpakket
Netbeheerders doen bijvoorbeeld steeds meer dan alleen hun kerntaken. ‘Iedereen kan zien dat het uitbreiden van de fysieke infrastructuur niet snel genoeg gaat.’ zegt Dennis Kersten, Head of Energy Transition & Utilities binnen Capgemini Invent. ‘Waar netbeheerders zich voorheen vooral richtten op aansluitingen en het onderhoud en het verzwaren van het stroomnet, zie je nu ook initiatieven om het net beter te benutten. Bijvoorbeeld door bedrijven met nieuwe contractvormen meer flexibiliteit te geven en zo de ‘spits’ op het net te vermijden.’